Bestuurscommissie zeven november: het Sint Jacob

De hoofdmoot van onze vergadering bestond uit de bespreking van de sloop van het voormalig verpleegtehuis Sint Jacob aan de Plantage Middenlaan. Voor dit verpleegtehuis komen ouderenwoningen in de plaats en zaken zoals een huisarts en een apotheek. Het gebouw wordt erg groot – zo groot als het bestemmingsplan maximaal toelaat, en dan nog net een beetje meer. En het wordt lelijk (maar voldoet aan de eisen van de commissie welstand). Het nieuwe gebouw wekt om dit soort redenen wrevel in de buurt, bij bewoners die zich geconfronteerd zien met een overheersend nieuw gebouw. Nou valt daar als bestuurscommissie niet zo veel over te zeggen: over esthetiek gaan we niet, en de overschrijding van de bouwhoogte is zo minimaal dat het gezocht zou zijn daar een punt van te maken.

 

De bespreking van dit punt werd een vorige keer gepauzeerd, en teruggestuurd voor een second opinion, vanwege een ander onderdeel van het plan: de plaatsing van de in- en uitgang van de ondergrondse parkeergarage. Volgens het plan zouden in- en uitgang aan de Plantage Muidergracht komen. Deze is namelijk relatief breed, er kan makkelijk op aangereden worden, de maximumsnelheid ligt er laag en je hoeft er niet over een veelgebruikt fietspad en trottoir heen, zoals op de Plantage Middenlaan (al dan niet om bij optie drie, de Plantage Lepellaan te komen). Bewoners wezen er dan weer op dat het denkbaar is dat op de Middenlaan de maximumsnelheid in de toekomst wordt verlaagd, er op de Muidergracht een school zal komen en er daar steeds meer studenten zullen gaan lopen.

 

Ook de second opinion van een extern verkeerskundig bureau wees de Muidergracht aan als meest logische plek voor deze in- en uitgang. Deels omdat zij niet uit kunnen gaan van een hypothetische verandering van de maximumsnelheid, deels omdat zij nog steeds het kruisen van fiets- en voetpad gevaarlijker vinden dan de in- en uitgang in de buurt van scholieren en studenten te plaatsen. Dat woog ik, en was het uiteindelijk met dat rapport eens. Dat is niet per se een prettig moment. Ik zit in de bestuurscommissie als volksvertegenwoordiger, niet als vertegenwoordiger van de verkeerskundigen – en als je je dan toch tegen insprekers keert, dan graag met ronkende teksten over ‘fietser voor auto’, ‘groen voor grijs’ of liefst ‘zeehondje voor Hummer’. Dat ligt toch anders bij ‘volgens mij is deze verkeersvariant uiteindelijk iets veiliger dan degene die uw voorkeur heeft’.

 

In deze tijden van naderende gemeenteraadsverkiezingen, met een gevulde tribune, bleek het volgen van de verkeerskundigen impopulair: GroenLinks ging er bij de stemming met 2-11 af.

 

Zoiets, maar dan erger

 

Na een dergelijk punt met volle publieke tribune wordt er even geschorst om na te praten en het publiek rustig de gelegenheid te geven naar huis te gaan (niet veel bewoners voelen de behoefte om te blijven voor, pak ‘m beet, het conceptadvies op welstand op het water). Dit moment geeft de kans om zo’n verschil van inzicht te overbruggen, of in elk geval te duiden vanuit wederzijdse liefde voor de stad. Deze avond, echter, kwam iemand me vertellen dat ze nooit meer zou stemmen op GroenLinks. Dat is natuurlijk vervelend om te horen, maar voordat ik had kunnen vragen wat deze dame het meest had gestoord aan mijn bijdrage zei ze: “ik hoop dat je er slecht van slaapt” en vertrok.

 

Dat was voor mij een nieuwe. Het werkte wel goed, want ik lag er inderdaad die avond wakker van. Een dergelijke toevoeging lijkt je namelijk te beschuldigen van perfide bedoelingen. Dat strookte niet met mijn blik op mijn eigen bijdrage: koppig en geïrriteerd door het opportunisme van anderen. En dat zette me aan het denken. Betekent bewonersparticipatie op zo’n moment dat je je eigen voorkeur moet laten varen? Of moet je dat alleen bij zwaar principieel wegende zaken niet doen? Is de mening van bewoners belangrijker dan die van deskundigen? Het is een moeilijke afweging, die zeker niet geholpen wordt door de steeds maar afkalvende positie van stadsdeelpolitici. In algemene zin heb ik geen exact antwoord op hoe je die afweging moet maken; en om de ene kant als ‘inhoudelijk zuiver’ of de andere als ‘met oog voor bewoners’ te benoemen geeft de andere kant te weinig krediet. Mijn persoonlijke conclusie is, dat ik uiteindelijk inderdaad liever met gejoel ten onder ga. Hopelijk wordt dat een volgende keer beloond met ‘Ondanks jou, stem ik volgende keer toch GroenLinks’.

2 reacties

  • Hebben bejaarde mensen zoveel auto parkeer plaatsen nodig ?Nee,nee en. Nog eens nee,blijkbaar heeft Groen links,geen bejaarde ouders die niet meer auto kunnen rijden,ik wel !!!

    • Ik had daar ook liever geen, of een kleinere parkeergarage gewild, maar omdat het binnen het bestemmingsplan mag, hebben we de ruimte niet om daar iets van te vinden…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *